De Romeinse grens

In het jaar 47 riepen de Romeinen de Rijn uit tot de noordgrens van hun rijk. Ten noorden van de grens lag Germanië, ten zuiden lag Germania Inferior. Achter de grens, op de linkeroever van de Kromme Rijn bouwden ze wachttorens, verdedigingswerken en militaire wegen. De grensweg liep vermoedelijk op enige afstand ten zuidwesten van de huidige Kromme Rijn. De Limes liep van de Zwarte Zee via de Donau en de Rijn tot aan de Noordzee bij Katwijk.

Tot het jaar 85 was de Limesweg van hout. Na dit jaar maakten ze hem steviger. Er werd een bedding van klei en puin gestort en daarboven grind. De bedding was vier tot 7 meter breed en lag tussen twee palen in. Naast de limes waren aarden hellingen en greppels. Deze constructie werd vooral gebruikt in moerasachtige gebieden. Na het jaar 225 is de Limesweg verdwenen.

In het huidige landschap zijn in 1997 grenspalen neergezet. Deze grenspalen beelden een vermoedelijke route van de Limesweg uit. Archeologisch onderzoek moet uitwijzen waar de Limesweg precies tussen Vechten en Wijk bij Duurstede heeft gelopen.

Onderzoek en boringen in 2005 in de Kromme Rijnstreek hebben nog niet geleid tot vondsten van de Limesweg. Wel zijn er veronderstelde tracé's. Een van de theorieën is dat de Limesweg ligt onder bestaande wegen, zoals de Achterdijk, waardoor deze nooit wordt aangetroffen. De grootste kans is dat de Limesweg ten zuiden van de huidige N229 loopt.

Fectio
Fectio nabij Vechten is gebouwd in het jaar 16. Het lag bij de splitsing van de Romeinse Rijn en de Vecht. Het werd later onderdeel van de Limes en was een belangrijke uitvalsbasis voor de Romeinen. Via de Vecht kon de Noordzee en Frisia worden bereikt. Fectio en de castra in Nijmegen waren de belangrijkste verdedigingswerken van de Romeinen. Het achterland (Houten) ontwikkelde zich tot een belangrijk agrarisch gebied om de militairen in Fectio te voeden.

In het jaar 69-70 werden veel forten langs de Limes in brand gestoken. Na deze Bataafse opstand zijn ze weer opgebouwd. Vanaf het jaar 200 werden de verdedigingswerken opgebouwd uit steen.

Tussen het jaar 170 en 180 zijn er aanvallen van de Germaanse stammen. Rond 240 en rond 258 werden deze verdedigingswerken weer vernield. Het Castellum Trajectum op de plek van het huidige Domplein in Utrecht werd zelfs vier keer verwoest. De Romeinen proberen nog invloed uit te oefenen aan het verval, maar verliezen en trekken zich in 270 terug. Langzamerhand nemen de Franken de macht over.

Theoretisch zou er ook een castellum in de buurt van Cothen hebben gestaan. De afstand tussen Vechten en Rijswijk is namelijk groter, dan de afstand van de castella ten westen van Utrecht. Aanwijzingen hiervoor zijn niet bekend uit geschreven bronnen of archeologische opgravingen. Wel zijn bij Bunnik de restanten van een wachttoren opgegraven.

Opgravingen bij Houten en Lunetten
Aan de noordzijde van het gebied Oud Wulven in Houten, vlakbij de Marsdijk, zijn in december 2006 tijdens archeologisch onderzoek restanten van een verharde grindweg ontdekt. Bij de opgraving in Houten bleek dat de grindlaag enkele keren is vervangen.

In eerste instantie werd gemeld dat het ging om een Romeinse weg. Uit nader onderzoek door archeologen kwam naar voren dat de weg moest worden gedateerd in de Vroege-Middeleeuwen. Wel bestaat de mogelijkheid dat de middeleeuwse grindweg zijn oorsprong heeft in een Romeinse grindweg.

Bij boringen in Lunetten is op twee plaatsen de Limesweg ontdekt. Het gaat om een grindlaag van 20 centimeter dik en 5 meter breed. De komende tijd worden er meer boringen verricht. Zie de boorlocaties en de vermoedelijke ligging op Lunetten.nl.

Onderzoek naar andere locaties is tegengewerkt door grondeigenaren. De hoop is gevestigd op de aanleg van een belangrijkste verbindingsweg van Houten naar de A12 bij Bunnik. Ergens wordt de Limes dan doorsneden.

Castella
De Kromme Rijn vormde tussen het jaar 47 en het jaar 275 de noordgrens van het Romeinse Rijk. Castella werden gebouwd bij Wijk bij Duurstede, Vechten en Utrecht.

Ook elders langs de rivier moeten verdedigingswerken hebben gelegen. Maar omdat alleen de belangrijkste van steen werden gemaakt, zijn daar nog sporen van teruggevonden.

Tijdens de Romeinse tijd liep de Rijn via Zeist en kwam het niet langs de huidige plek van de kern Bunnik.
Meer over de Romeinse tijd